De incassosector, en de gerechtsdeurwaarder in het bijzonder, bevindt zich in een transitiefase. Waar klassieke werkzaamheden zoals beslagleggingen en het betekenen van vonnissen het beeld van oudsher bepalen, verschuift de kern van het vakgebied in hoog tempo. Het draait steeds meer om het bieden van daadwerkelijk perspectief aan de klant (debiteur). In de complexe en uitdagende maatschappelijke context waarin we leven, is het essentieel om vroegtijdig een helpende hand te bieden, verdere escalatie te voorkomen en de weg naar passende hulpverlening te faciliteren.
Deze mensgerichte benadering staat niet haaks op het belang van de opdrachtgever, maar versterkt dit juist door reputatieschade te voorkomen, klantrelaties te behouden en proactief te adviseren. Dit alles vraagt om een wezenlijk ander, toekomstbestendig verdienmodel. Bosveld Gerechtsdeurwaarders & Incasso’s heeft de afgelopen twee jaar een begin gemaakt met deze transitie, waarbij het IBO rapport Problematische schulden een belangrijk uitgangspunt is.
Dit jaar is het managementteam van Bosveld versterkt met Emma Weber, die als Commercieel Directeur deze koers verder gaat vormgeven. In dit openhartige interview spreek ik met Emma over haar eerste indrukken van de sector. Ze deelt haar opvallende overstap vanuit de internationale wijnwereld, haar blik als ‘buitenstaander’ en haar ambitie om sociaal en commercieel belang écht met elkaar te verbinden.
Kun je iets over jezelf vertellen? Wat zijn voor jou belangrijke aspecten in het zakelijk leven?
Emma: “Voordat ik bij Bosveld startte, werkte ik ruim zeven jaar voor een grote internationale wijnorganisatie. Als commercieel eindverantwoordelijke maakte ik deel uit van het managementteam en bepaalde ik de commerciële koers. Ik gaf leiding aan een team van gedreven professionals en vertaalde de organisatiedoelstellingen naar heldere commerciële keuzes en concrete uitvoering in de markt. Een belangrijk deel van mijn rol lag in het opbouwen en verdiepen van strategische partnerships: begrijpen wat onze opdrachtgevers wilden bereiken, hoe hun organisatie werkte en waar onze kennis en expertise daadwerkelijk waarde konden toevoegen. Altijd op een manier die aansloot bij hun identiteit, ambities en dagelijkse praktijk.
Parallel aan mijn werk volgde ik de Master Business Sales. Daar leerde ik via design thinking breder naar waardecreatie te kijken: niet alleen vanuit de organisatie zelf, maar ook vanuit de klant en de context waarin die zich bevindt. Dat vraagt om oog voor de belangen, behoeften en onderlinge afhankelijkheden van de verschillende stakeholders binnen het ecosysteem.
Die manier van denken heeft mijn kijk op commercie verrijkt. Financieel resultaat blijft belangrijk, maar is niet het enige criterium voor succes. Voor mij gaat waardecreatie over het vinden van een gedeelde ambitie, ook wanneer belangen op het eerste oog uiteen lijken te lopen. Co-creatie helpt om verschillende perspectieven bij elkaar te brengen en samen tot oplossingen te komen die waardevol zijn voor opdrachtgevers, leveranciers, medewerkers én de maatschappij.
Die visie bracht ik in mijn masteronderzoek in de praktijk. Ik onderzocht alcoholmisbruik en de verantwoordelijkheid die de alcoholindustrie zelf kan nemen om dit terug te dringen. Daarbij keek ik bewust verder dan de sector alleen: naar hoe individuen, organisaties, de branche en de maatschappij ieder vanuit hun eigen rol kunnen bijdragen. Wat mij vooral opviel, was hoe verschillend betrokken partijen naar hetzelfde vraagstuk kijken en hoe weinig die perspectieven soms bij elkaar komen.
Juist daar ligt voor mij de waarde van het open gesprek. Niet om verschillen weg te nemen, maar om ze bespreekbaar te maken en te zoeken naar wat partijen wél met elkaar verbindt. Door belangen, overtuigingen en ervaringen naast elkaar te zetten, ontstaat meer begrip voor het vraagstuk én voor elkaars positie. Van daaruit kun je samen concrete stappen zetten. Dat onderzoek heeft mijn overtuiging verder aangescherpt: ook als commerciële organisatie draag je een verantwoordelijkheid die verder gaat dan het eigen resultaat. Die manier van denken en werken neem ik mee naar Bosveld.”
Hoe kwam je bij Bosveld terecht? Het is immers best wel een grote stap van de wijnwereld naar incasso en deurwaarderij. Wat was voor jou de doorslaggevende reden om deze overstap te maken?
Emma: “Leuke vraag! En inmiddels bijna standaard bij een eerste kennismaking. Op het eerste gezicht liggen de wijnwereld en de incasso- en deurwaardersbranche behoorlijk ver uit elkaar. Toch voelde de overstap voor mij verrassend logisch.
Wat ik uit de wijn- en gastvrijheidssector meeneem, is dat goede dienstverlening begint met oprechte aandacht. Niet alleen kijken naar wat je levert, maar vooral begrijpen wie er tegenover je zit en waar diegene behoefte aan heeft. Die gedachte neem ik ook mee in deze sector. Of het nu gaat om een opdrachtgever of iemand met een betalingsachterstand: je bereikt meer als je begrijpt wat er speelt en daar je aanpak op afstemt.
Wat mij uiteindelijk naar Bosveld trok, was de complexiteit van het vak. Hier komen maatschappelijke verantwoordelijkheid, commerciële belangen, wet- en regelgeving en heel persoonlijke situaties bij elkaar. Daar komt bij dat de sector snel verandert en daarmee ook de rol van de gerechtsdeurwaarder. De verwachtingen van opdrachtgevers en de maatschappij verschuiven, terwijl financiële druk en verleidingen toenemen en de ruimte om tegenvallers op te vangen voor veel mensen kleiner wordt. Dat maakt vroegtijdig handelen steeds belangrijker.
Dat ik van buiten de sector kom, zie ik daarbij als een voordeel. Ik kijk zonder vaste aannames naar bestaande werkwijzen en neem niet automatisch aan dat iets goed is omdat we het altijd zo hebben gedaan. Niet om alles anders te willen, maar om scherp te blijven op wat beter kan. Juist daarom is Bosveld voor mij een logische volgende stap.”
Ik vind het verfrissend en positief overkomen, maar ik ben ook wel benieuwd hoe (potentiële) opdrachtgevers en gesprekspartners op jouw ideeën reageren?
Emma: “Ik merk vooral veel nieuwsgierigheid en bereidheid om het gesprek aan te gaan. Mijn eerste periode heb ik bewust gebruikt om kennis te maken met opdrachtgevers, potentiële ketenpartners, andere gerechtsdeurwaarderskantoren en incassopartijen. Mensen nemen echt de tijd om hun kennis en ervaringen te delen en mij mee te nemen in de verschillende kanten van het vak. Dat waardeer ik enorm.
Bij opdrachtgevers merk ik veel aandacht voor imago, merkbehoud en klantrelatie. De ambitie om sociaal te incasseren is groot, maar de praktijk vraagt om zorgvuldige keuzes. Het gaat immers om gevoelige situaties en ook binnen de rechtspraak worden accenten verschillend gelegd. Dat maakt dat veel opdrachtgevers zoeken naar een aanpak die juridisch klopt, bij hun organisatie past én recht doet aan hun klant.
Binnen incasso zorgen automatisering, data en digitalisering ondertussen voor nieuwe mogelijkheden, maar zetten ze ook bestaande werkwijzen en verdienmodellen onder druk. Dat vraagt om bewuste keuzes over waar technologie helpt en waar persoonlijk contact en menselijke beoordeling nodig blijven. Juist daarin zie ik een belangrijke rol voor de gerechtsdeurwaarder. Die combineert juridische bevoegdheden met persoonlijk contact en zicht op wat er achter een betalingsachterstand speelt. Ontwikkelingen rond het Collectief Afbetalingsplan en de zorgplicht benadrukken die bredere rol binnen de schuldenketen.
Wat mij daarnaast opvalt, is de openheid bij maatschappelijke ketenpartners die zich bezighouden met schulden en financiële gezondheid. Vanuit hun rol kijken zij soms heel anders naar gerechtsdeurwaarderskantoren en incassopartijen dan wij zelf. Juist daarom vind ik het waardevol dat de bereidheid om samen te werken zo groot is. Niet vanuit wantrouwen of door tegenover elkaar te gaan staan, maar vanuit een gedeelde ambitie om schuldenproblematiek beter aan te pakken.
Tegelijkertijd merk ik dat de markt op onderdelen duidelijk in afwachting is. Veel ontwikkelingen zijn aangekondigd of al in gang gezet, maar de praktische gevolgen zijn nog niet overal helder. Partijen bereiden zich voor, maar wachten tegelijk op meer duidelijkheid vanuit overheid, wetgeving en rechtspraak voordat zij echt keuzes maken. Die spanning tussen willen bewegen en nog niet precies weten wat er komt, is op dit moment duidelijk voelbaar.
Wat zou je graag willen bereiken? Wanneer is jouw missie geslaagd?
Emma: “Dat is een mooie. Mijn missie is geslaagd als we een verdienmodel weten te ontwikkelen waarin de belangen van de opdrachtgever, de klant én de maatschappij veel meer in elkaars verlengde komen te liggen. Een model dat niet alleen waarde creëert wanneer een dossier bij ons terechtkomt, maar juist ook daarvoor.
Dat betekent dat we opdrachtgevers beter in staat stellen om hun eigen processen te verbeteren, betalingsproblemen eerder te signaleren en waar mogelijk te voorkomen dat een dossier überhaupt hoeft door te stromen naar een incasso- of gerechtsdeurwaarderskantoor. En als dat toch nodig is, moeten we zo vroeg mogelijk de juiste interventie inzetten om verdere escalatie te voorkomen en positief betaalgedrag te herstellen.
Daar zit voor mij de kern van een toekomstbestendig verdienmodel. Niet het aantal dossiers, maar wat onze aanpak oplevert, moet leidend zijn. Als we dat zichtbaar en meetbaar kunnen maken en daar een financieel gezond model omheen bouwen dat de maatschappelijke baten vergroot, dan hebben we wat mij betreft echt iets bereikt.”
Dat vind ik een interessante insteek. Hoe zou je de baten vertalen, gezien vanuit het perspectief van de gerechtsdeurwaarder?
Emma: “De maatschappelijke baten vind ik heel belangrijk en daar is terecht veel aandacht voor. Wat voor mij daarnaast steeds interessanter wordt, is welke waarde een zorgvuldige aanpak ook voor de opdrachtgever kan opleveren.
Een dossier is namelijk niet alleen een openstaande vordering, maar ook het eindpunt van een klantreis. Het vertelt veel over wat eraan voorafging. Door dossierdata te combineren met inzichten uit contactmomenten en gedrag, krijg je beter zicht op waar klanten afhaken, welke communicatie tot actie leidt en wanneer een andere aanpak effectiever is.
Daarbij vind ik het belangrijk om verder te kijken dan alleen wat iemand doet. Mensen verschillen ook in de manier waarop zij informatie verwerken en wat hen helpt om in actie te komen. De één heeft meer behoefte aan overzicht en duidelijkheid, de ander aan keuzevrijheid, extra uitleg of persoonlijk contact. Door die gedragsinzichten te verbinden met feitelijke dossierinformatie en wat we in contactmomenten zien, kun je de klantreis veel gerichter inrichten. De juridische positie verandert daarmee niet, maar de manier waarop je communiceert en contact zoekt kan wel beter aansluiten.
Die kennis kun je terugbrengen naar de opdrachtgever. Niet alleen rapporteren hoeveel dossiers zijn ingestroomd en wat daarvan is betaald, maar laten zien wat die dossiers vertellen over het traject ervoor. Daarmee kun je samen de klantreis aanscherpen op een manier die juridisch zorgvuldig is, begrijpelijk voor de klant én past bij de identiteit en werkwijze van de opdrachtgever. Juist dat laatste vind ik belangrijk: onze aanpak moet aansluiten op hoe onze opdrachtgever met haar klanten wil omgaan.
En als dat ertoe leidt dat minder dossiers onnodig bij een gerechtsdeurwaarder terechtkomen, vind ik dat juist winst. Als onze inzet wél nodig is, weten we beter wat eraan voorafging en kunnen we gerichter handelen. Voor mij zit daar een belangrijk deel van de waarde die Bosveld kan toevoegen: juridische expertise combineren met data, gedragsinzichten en praktijkervaring, en die kennis gebruiken om opdrachtgevers te helpen hun klantreis steeds beter in te richten.”
Binnen dit kader, hoe zie je toekomstige rol van de gerechtsdeurwaarder? Een financieel-maatschappelijk adviseur of een hoeder van de wet? Of beide?
Emma: “Voor mij is het geen óf-óf. De gerechtsdeurwaarder heeft een bijzondere positie binnen ons rechtsbestel, met wettelijke bevoegdheden en een onafhankelijke verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd wordt er steeds meer van de gerechtsdeurwaarder verwacht. Dat zie je ook terug in het WODC-onderzoek Dienen en verdienen: De toekomstbestendigheid van gerechtsdeurwaarders. Daarin komen rechtshandhaving én de bescherming van mensen met schulden nadrukkelijk samen. Ook ontwikkelingen rond het Collectief Afbetalingsplan, de Rijksincassovisie en de zorgplicht wijzen in dezelfde richting. De maatschappelijke rol van de gerechtsdeurwaarder wordt breder, terwijl de inrichting en financiering daarvan nog niet altijd in hetzelfde tempo meebewegen.
Onze waarde zit steeds minder alleen in het uitvoeren van een ambtshandeling. We beschikken over juridische kennis, maar zien in de praktijk ook wat er gebeurt wanneer betaling uitblijft, waar situaties vastlopen en welke aanpak wel of niet werkt. Die combinatie helpt ons om eerder te herkennen wat nodig is en opdrachtgevers daar gerichter over te adviseren.
Dat betekent niet dat we alles zelf moeten willen doen. Schuldhulpverlening en maatschappelijke ondersteuning vragen om andere kennis en verantwoordelijkheden. Voor mij betekent samenwerking heel concreet dat je tijdig herkent wanneer iemand andere hulp nodig heeft, weet welke partij daarbij kan helpen en zorgt dat die overdracht ook daadwerkelijk plaatsvindt.
Ik zie de gerechtsdeurwaarder van de toekomst daarom als een professional met een duidelijke ambtelijke taak én een bredere rol daarnaast. Niet alleen optreden wanneer een ambtshandeling nodig is, maar ook eerder in het proces waarde toevoegen voor opdrachtgever en klant.
Daar hoort ook een reëel gesprek over financiering bij. Als we van gerechtsdeurwaarders meer verwachten dan alleen ambtshandelingen, moeten we ook kijken hoe die bredere rol wordt gewaardeerd en betaald.”
Hoe we het ook wenden of keren, wie gaat uiteindelijk de kosten betalen?
Emma: “De kosten moeten ergens worden betaald, daar kunnen we niet omheen. Maar ik vind dat we te vaak alleen kijken naar waar die kosten worden gemaakt, en te weinig naar waar de baten uiteindelijk terechtkomen.
Als onze dienstverlening bijvoorbeeld voorkomt dat problemen verder oplopen, opdrachtgevers hun processen kunnen verbeteren of maatschappelijke kosten worden beperkt, dan ontstaat die waarde niet altijd bij dezelfde partij die de investering doet. En juist daar zit voor mij een belangrijke vraag: als de baten elders terechtkomen, is het ook logisch om te kijken of een deel van de kosten daar kan worden neergelegd.
Kort gezegd: de kosten moeten worden betaald, maar we moeten veel beter kijken naar waar de baten landen en wie daarvan profiteert. Dat vraagt om een ander gesprek over hoe we onze dienstverlening waarderen en financieren. Precies dat gesprek vind ik interessant, en daar zet ik me graag voor in.”
Wat kunnen bezoekers van Credit Expo van jullie verwachten?
Emma: “Ook dit jaar leggen we tijdens Credit Expo een onderwerp op tafel dat best een beetje mag schuren. Samen met Michiel Vos kijken we naar Amerika, krediet en de opkomst van massaclaims.
Amerika laat zien wat er kan gebeuren wanneer kredietverlening, schulden en consumentenbescherming uit balans raken. De vraag is hoever wij daar in Nederland werkelijk vanaf staan.
Ook hier zien we spanningen ontstaan. Consumentenbescherming krijgt terecht veel aandacht, terwijl opdrachtgevers tegelijkertijd te maken hebben met veranderende rechtspraak, nieuwe risico’s en steeds hogere verwachtingen. Massaclaims maken dat spanningsveld zichtbaar, maar zijn voor ons vooral het vertrekpunt voor een bredere discussie.
Tijdens Credit Expo willen we die verschillende perspectieven bij elkaar brengen. Niet om een schuldige aan te wijzen, maar om te onderzoeken waar we elkaar kunnen vinden en welke gezamenlijke visie nodig is om te voorkomen dat individuele financiële problemen uitgroeien tot collectieve schade.”
Wat zou je de lezer nog mee willen geven?
Emma: “Wat ik de lezer vooral wil meegeven, is dat er ontzettend veel goede initiatieven zijn. Bij opdrachtgevers, gerechtsdeurwaarders en incasso, maatschappelijke organisaties en hulpverleners. Tegelijkertijd zijn veel van die initiatieven nog versnipperd. Iedereen probeert vanuit zijn eigen rol iets te verbeteren, terwijl de echte winst volgens mij zit in het beter verbinden van die inspanningen en het formuleren van een gedeelde visie.
Daar hoort voor mij ook bij dat we belangen niet onnodig tegenover elkaar zetten. Opdrachtgevers leveren een product of dienst en mogen verwachten dat daarvoor wordt betaald. Tegelijkertijd hebben zij invloed op de manier waarop de klantreis wordt ingericht en op de bescherming die daarin wordt geboden aan consumenten die kwetsbaar zijn of dreigen te worden. Die twee belangen hoeven elkaar niet uit te sluiten.
We moeten daarbij ook kritisch kijken naar de context waarin al die inspanningen plaatsvinden. Daar hoort de overheid voor mij nadrukkelijk bij. We kunnen steeds meer investeren in preventie, vroegsignalering en consumentenbescherming, maar als regels ingewikkeld blijven en financiële verleidingen makkelijk toegankelijk zijn, zetten we de opbrengst van al die goede initiatieven tegelijkertijd weer onder druk.
Voor mij zit de volgende stap daarom niet in nóg een los initiatief, maar in meer samenhang. Een gedeelde visie op hoe we betalingsproblemen voorkomen, kwetsbare consumenten beschermen én ervoor zorgen dat opdrachtgevers op een gezonde manier betaald krijgen voor wat zij leveren.”
Bosveld Gerechtsdeurwaarders en Incasso’s is Platinum Partner van Credit Expo 2026, dat op donderdag 5 november plaatsvindt in Congrescentrum 1931 in ’s-Hertogenbosch. Wil je meer weten over dienstverlening van Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders? Bezoek dan stand 8 of neem deel aan derondetafelsessie “Van individuele schuld naar collectieve schade”. Wilt u hieraan deelnemen, stuur dan een e-mail naar marcel@creditexpo.nl ovv RTS Bosveld Credit Expo 2026 en/of bezoek de presentatie “Van individuele schuld naar collectieve schade” door Michiel Vos” gefaciliteerd door Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders. Klik hier om je aan te melden voor een gratis bezoek (mits je deel uitmaakt van de doelgroep) aan Credit Expo 2026.
Auteur: Marcel Wiedenbrugge


