Overslaan naar hoofdinhoud
Categorie

Nieuws

Interview Emma Weber (Commercieel Directeur Bosveld): ”De vraag is niet wie de kosten betaalt, maar waar de baten landen.”

De incassosector, en de gerechtsdeurwaarder in het bijzonder, bevindt zich in een transitiefase. Waar klassieke werkzaamheden zoals beslagleggingen en het betekenen van vonnissen het beeld van oudsher bepalen, verschuift de kern van het vakgebied in hoog tempo. Het draait steeds meer om het bieden van daadwerkelijk perspectief aan de klant (debiteur). In de complexe en uitdagende maatschappelijke context waarin we leven, is het essentieel om vroegtijdig een helpende hand te bieden, verdere escalatie te voorkomen en de weg naar passende hulpverlening te faciliteren.

Deze mensgerichte benadering staat niet haaks op het belang van de opdrachtgever, maar versterkt dit juist door reputatieschade te voorkomen, klantrelaties te behouden en proactief te adviseren. Dit alles vraagt om een wezenlijk ander, toekomstbestendig verdienmodel. Bosveld Gerechtsdeurwaarders & Incasso’s heeft de afgelopen twee jaar een begin gemaakt met deze transitie, waarbij het IBO rapport Problematische schulden een belangrijk uitgangspunt is.

Dit jaar is het managementteam van Bosveld versterkt met Emma Weber, die als Commercieel Directeur deze koers verder gaat vormgeven. In dit openhartige interview spreek ik met Emma over haar eerste indrukken van de sector. Ze deelt haar opvallende overstap vanuit de internationale wijnwereld, haar blik als ‘buitenstaander’ en haar ambitie om sociaal en commercieel belang écht met elkaar te verbinden.

Kun je iets over jezelf vertellen? Wat zijn voor jou belangrijke aspecten in het zakelijk leven?

Emma: “Voordat ik bij Bosveld startte, werkte ik ruim zeven jaar voor een grote internationale wijnorganisatie. Als commercieel eindverantwoordelijke maakte ik deel uit van het managementteam en bepaalde ik de commerciële koers. Ik gaf leiding aan een team van gedreven professionals en vertaalde de organisatiedoelstellingen naar heldere commerciële keuzes en concrete uitvoering in de markt. Een belangrijk deel van mijn rol lag in het opbouwen en verdiepen van strategische partnerships: begrijpen wat onze opdrachtgevers wilden bereiken, hoe hun organisatie werkte en waar onze kennis en expertise daadwerkelijk waarde konden toevoegen. Altijd op een manier die aansloot bij hun identiteit, ambities en dagelijkse praktijk.

Parallel aan mijn werk volgde ik de Master Business Sales. Daar leerde ik via design thinking breder naar waardecreatie te kijken: niet alleen vanuit de organisatie zelf, maar ook vanuit de klant en de context waarin die zich bevindt. Dat vraagt om oog voor de belangen, behoeften en onderlinge afhankelijkheden van de verschillende stakeholders binnen het ecosysteem.

Die manier van denken heeft mijn kijk op commercie verrijkt. Financieel resultaat blijft belangrijk, maar is niet het enige criterium voor succes. Voor mij gaat waardecreatie over het vinden van een gedeelde ambitie, ook wanneer belangen op het eerste oog uiteen lijken te lopen. Co-creatie helpt om verschillende perspectieven bij elkaar te brengen en samen tot oplossingen te komen die waardevol zijn voor opdrachtgevers, leveranciers, medewerkers én de maatschappij.

Die visie bracht ik in mijn masteronderzoek in de praktijk. Ik onderzocht alcoholmisbruik en de verantwoordelijkheid die de alcoholindustrie zelf kan nemen om dit terug te dringen. Daarbij keek ik bewust verder dan de sector alleen: naar hoe individuen, organisaties, de branche en de maatschappij ieder vanuit hun eigen rol kunnen bijdragen. Wat mij vooral opviel, was hoe verschillend betrokken partijen naar hetzelfde vraagstuk kijken en hoe weinig die perspectieven soms bij elkaar komen.

Juist daar ligt voor mij de waarde van het open gesprek. Niet om verschillen weg te nemen, maar om ze bespreekbaar te maken en te zoeken naar wat partijen wél met elkaar verbindt. Door belangen, overtuigingen en ervaringen naast elkaar te zetten, ontstaat meer begrip voor het vraagstuk én voor elkaars positie. Van daaruit kun je samen concrete stappen zetten. Dat onderzoek heeft mijn overtuiging verder aangescherpt: ook als commerciële organisatie draag je een verantwoordelijkheid die verder gaat dan het eigen resultaat. Die manier van denken en werken neem ik mee naar Bosveld.”

Hoe kwam je bij Bosveld terecht? Het is immers best wel een grote stap van de wijnwereld naar incasso en deurwaarderij. Wat was voor jou de doorslaggevende reden om deze overstap te maken?

Emma: “Leuke vraag! En inmiddels bijna standaard bij een eerste kennismaking. Op het eerste gezicht liggen de wijnwereld en de incasso- en deurwaardersbranche behoorlijk ver uit elkaar. Toch voelde de overstap voor mij verrassend logisch.

Wat ik uit de wijn- en gastvrijheidssector meeneem, is dat goede dienstverlening begint met oprechte aandacht. Niet alleen kijken naar wat je levert, maar vooral begrijpen wie er tegenover je zit en waar diegene behoefte aan heeft. Die gedachte neem ik ook mee in deze sector. Of het nu gaat om een opdrachtgever of iemand met een betalingsachterstand: je bereikt meer als je begrijpt wat er speelt en daar je aanpak op afstemt.

Wat mij uiteindelijk naar Bosveld trok, was de complexiteit van het vak. Hier komen maatschappelijke verantwoordelijkheid, commerciële belangen, wet- en regelgeving en heel persoonlijke situaties bij elkaar. Daar komt bij dat de sector snel verandert en daarmee ook de rol van de gerechtsdeurwaarder. De verwachtingen van opdrachtgevers en de maatschappij verschuiven, terwijl financiële druk en verleidingen toenemen en de ruimte om tegenvallers op te vangen voor veel mensen kleiner wordt. Dat maakt vroegtijdig handelen steeds belangrijker.

Dat ik van buiten de sector kom, zie ik daarbij als een voordeel. Ik kijk zonder vaste aannames naar bestaande werkwijzen en neem niet automatisch aan dat iets goed is omdat we het altijd zo hebben gedaan. Niet om alles anders te willen, maar om scherp te blijven op wat beter kan. Juist daarom is Bosveld voor mij een logische volgende stap.”

Ik vind het verfrissend en positief overkomen, maar ik ben ook wel benieuwd hoe (potentiële) opdrachtgevers en gesprekspartners op jouw ideeën reageren?

Emma: “Ik merk vooral veel nieuwsgierigheid en bereidheid om het gesprek aan te gaan. Mijn eerste periode heb ik bewust gebruikt om kennis te maken met opdrachtgevers, potentiële ketenpartners, andere gerechtsdeurwaarderskantoren en incassopartijen. Mensen nemen echt de tijd om hun kennis en ervaringen te delen en mij mee te nemen in de verschillende kanten van het vak. Dat waardeer ik enorm.

Bij opdrachtgevers merk ik veel aandacht voor imago, merkbehoud en klantrelatie. De ambitie om sociaal te incasseren is groot, maar de praktijk vraagt om zorgvuldige keuzes. Het gaat immers om gevoelige situaties en ook binnen de rechtspraak worden accenten verschillend gelegd. Dat maakt dat veel opdrachtgevers zoeken naar een aanpak die juridisch klopt, bij hun organisatie past én recht doet aan hun klant.

Binnen incasso zorgen automatisering, data en digitalisering ondertussen voor nieuwe mogelijkheden, maar zetten ze ook bestaande werkwijzen en verdienmodellen onder druk. Dat vraagt om bewuste keuzes over waar technologie helpt en waar persoonlijk contact en menselijke beoordeling nodig blijven. Juist daarin zie ik een belangrijke rol voor de gerechtsdeurwaarder. Die combineert juridische bevoegdheden met persoonlijk contact en zicht op wat er achter een betalingsachterstand speelt. Ontwikkelingen rond het Collectief Afbetalingsplan en de zorgplicht benadrukken die bredere rol binnen de schuldenketen.

Wat mij daarnaast opvalt, is de openheid bij maatschappelijke ketenpartners die zich bezighouden met schulden en financiële gezondheid. Vanuit hun rol kijken zij soms heel anders naar gerechtsdeurwaarderskantoren en incassopartijen dan wij zelf. Juist daarom vind ik het waardevol dat de bereidheid om samen te werken zo groot is. Niet vanuit wantrouwen of door tegenover elkaar te gaan staan, maar vanuit een gedeelde ambitie om schuldenproblematiek beter aan te pakken.

Tegelijkertijd merk ik dat de markt op onderdelen duidelijk in afwachting is. Veel ontwikkelingen zijn aangekondigd of al in gang gezet, maar de praktische gevolgen zijn nog niet overal helder. Partijen bereiden zich voor, maar wachten tegelijk op meer duidelijkheid vanuit overheid, wetgeving en rechtspraak voordat zij echt keuzes maken. Die spanning tussen willen bewegen en nog niet precies weten wat er komt, is op dit moment duidelijk voelbaar.

Wat zou je graag willen bereiken? Wanneer is jouw missie geslaagd?

Emma: “Dat is een mooie. Mijn missie is geslaagd als we een verdienmodel weten te ontwikkelen waarin de belangen van de opdrachtgever, de klant én de maatschappij veel meer in elkaars verlengde komen te liggen. Een model dat niet alleen waarde creëert wanneer een dossier bij ons terechtkomt, maar juist ook daarvoor.

Dat betekent dat we opdrachtgevers beter in staat stellen om hun eigen processen te verbeteren, betalingsproblemen eerder te signaleren en waar mogelijk te voorkomen dat een dossier überhaupt hoeft door te stromen naar een incasso- of gerechtsdeurwaarderskantoor. En als dat toch nodig is, moeten we zo vroeg mogelijk de juiste interventie inzetten om verdere escalatie te voorkomen en positief betaalgedrag te herstellen.

Daar zit voor mij de kern van een toekomstbestendig verdienmodel. Niet het aantal dossiers, maar wat onze aanpak oplevert, moet leidend zijn. Als we dat zichtbaar en meetbaar kunnen maken en daar een financieel gezond model omheen bouwen dat de maatschappelijke baten vergroot, dan hebben we wat mij betreft echt iets bereikt.”

Dat vind ik een interessante insteek. Hoe zou je de baten vertalen, gezien vanuit het perspectief van de gerechtsdeurwaarder?

Emma: “De maatschappelijke baten vind ik heel belangrijk en daar is terecht veel aandacht voor. Wat voor mij daarnaast steeds interessanter wordt, is welke waarde een zorgvuldige aanpak ook voor de opdrachtgever kan opleveren.

Een dossier is namelijk niet alleen een openstaande vordering, maar ook het eindpunt van een klantreis. Het vertelt veel over wat eraan voorafging. Door dossierdata te combineren met inzichten uit contactmomenten en gedrag, krijg je beter zicht op waar klanten afhaken, welke communicatie tot actie leidt en wanneer een andere aanpak effectiever is.

Daarbij vind ik het belangrijk om verder te kijken dan alleen wat iemand doet. Mensen verschillen ook in de manier waarop zij informatie verwerken en wat hen helpt om in actie te komen. De één heeft meer behoefte aan overzicht en duidelijkheid, de ander aan keuzevrijheid, extra uitleg of persoonlijk contact. Door die gedragsinzichten te verbinden met feitelijke dossierinformatie en wat we in contactmomenten zien, kun je de klantreis veel gerichter inrichten. De juridische positie verandert daarmee niet, maar de manier waarop je communiceert en contact zoekt kan wel beter aansluiten.

Die kennis kun je terugbrengen naar de opdrachtgever. Niet alleen rapporteren hoeveel dossiers zijn ingestroomd en wat daarvan is betaald, maar laten zien wat die dossiers vertellen over het traject ervoor. Daarmee kun je samen de klantreis aanscherpen op een manier die juridisch zorgvuldig is, begrijpelijk voor de klant én past bij de identiteit en werkwijze van de opdrachtgever. Juist dat laatste vind ik belangrijk: onze aanpak moet aansluiten op hoe onze opdrachtgever met haar klanten wil omgaan.

En als dat ertoe leidt dat minder dossiers onnodig bij een gerechtsdeurwaarder terechtkomen, vind ik dat juist winst. Als onze inzet wél nodig is, weten we beter wat eraan voorafging en kunnen we gerichter handelen. Voor mij zit daar een belangrijk deel van de waarde die Bosveld kan toevoegen: juridische expertise combineren met data, gedragsinzichten en praktijkervaring, en die kennis gebruiken om opdrachtgevers te helpen hun klantreis steeds beter in te richten.”

Binnen dit kader, hoe zie je toekomstige rol van de gerechtsdeurwaarder? Een financieel-maatschappelijk adviseur of een hoeder van de wet? Of beide?

Emma: “Voor mij is het geen óf-óf. De gerechtsdeurwaarder heeft een bijzondere positie binnen ons rechtsbestel, met wettelijke bevoegdheden en een onafhankelijke verantwoordelijkheid. Tegelijkertijd wordt er steeds meer van de gerechtsdeurwaarder verwacht. Dat zie je ook terug in het WODC-onderzoek Dienen en verdienen: De toekomstbestendigheid van gerechtsdeurwaarders. Daarin komen rechtshandhaving én de bescherming van mensen met schulden nadrukkelijk samen. Ook ontwikkelingen rond het Collectief Afbetalingsplan, de Rijksincassovisie en de zorgplicht wijzen in dezelfde richting. De maatschappelijke rol van de gerechtsdeurwaarder wordt breder, terwijl de inrichting en financiering daarvan nog niet altijd in hetzelfde tempo meebewegen.

Onze waarde zit steeds minder alleen in het uitvoeren van een ambtshandeling. We beschikken over juridische kennis, maar zien in de praktijk ook wat er gebeurt wanneer betaling uitblijft, waar situaties vastlopen en welke aanpak wel of niet werkt. Die combinatie helpt ons om eerder te herkennen wat nodig is en opdrachtgevers daar gerichter over te adviseren.

Dat betekent niet dat we alles zelf moeten willen doen. Schuldhulpverlening en maatschappelijke ondersteuning vragen om andere kennis en verantwoordelijkheden. Voor mij betekent samenwerking heel concreet dat je tijdig herkent wanneer iemand andere hulp nodig heeft, weet welke partij daarbij kan helpen en zorgt dat die overdracht ook daadwerkelijk plaatsvindt.

Ik zie de gerechtsdeurwaarder van de toekomst daarom als een professional met een duidelijke ambtelijke taak én een bredere rol daarnaast. Niet alleen optreden wanneer een ambtshandeling nodig is, maar ook eerder in het proces waarde toevoegen voor opdrachtgever en klant.

Daar hoort ook een reëel gesprek over financiering bij. Als we van gerechtsdeurwaarders meer verwachten dan alleen ambtshandelingen, moeten we ook kijken hoe die bredere rol wordt gewaardeerd en betaald.”

Hoe we het ook wenden of keren, wie gaat uiteindelijk de kosten betalen?

Emma: “De kosten moeten ergens worden betaald, daar kunnen we niet omheen. Maar ik vind dat we te vaak alleen kijken naar waar die kosten worden gemaakt, en te weinig naar waar de baten uiteindelijk terechtkomen.

Als onze dienstverlening bijvoorbeeld voorkomt dat problemen verder oplopen, opdrachtgevers hun processen kunnen verbeteren of maatschappelijke kosten worden beperkt, dan ontstaat die waarde niet altijd bij dezelfde partij die de investering doet. En juist daar zit voor mij een belangrijke vraag: als de baten elders terechtkomen, is het ook logisch om te kijken of een deel van de kosten daar kan worden neergelegd.

Kort gezegd: de kosten moeten worden betaald, maar we moeten veel beter kijken naar waar de baten landen en wie daarvan profiteert. Dat vraagt om een ander gesprek over hoe we onze dienstverlening waarderen en financieren. Precies dat gesprek vind ik interessant, en daar zet ik me graag voor in.”

Wat kunnen bezoekers van Credit Expo van jullie verwachten?

Emma: “Ook dit jaar leggen we tijdens Credit Expo een onderwerp op tafel dat best een beetje mag schuren. Samen met Michiel Vos kijken we naar Amerika, krediet en de opkomst van massaclaims.

Amerika laat zien wat er kan gebeuren wanneer kredietverlening, schulden en consumentenbescherming uit balans raken. De vraag is hoever wij daar in Nederland werkelijk vanaf staan.

Ook hier zien we spanningen ontstaan. Consumentenbescherming krijgt terecht veel aandacht, terwijl opdrachtgevers tegelijkertijd te maken hebben met veranderende rechtspraak, nieuwe risico’s en steeds hogere verwachtingen. Massaclaims maken dat spanningsveld zichtbaar, maar zijn voor ons vooral het vertrekpunt voor een bredere discussie.

Tijdens Credit Expo willen we die verschillende perspectieven bij elkaar brengen. Niet om een schuldige aan te wijzen, maar om te onderzoeken waar we elkaar kunnen vinden en welke gezamenlijke visie nodig is om te voorkomen dat individuele financiële problemen uitgroeien tot collectieve schade.”

Wat zou je de lezer nog mee willen geven?

Emma: “Wat ik de lezer vooral wil meegeven, is dat er ontzettend veel goede initiatieven zijn. Bij opdrachtgevers, gerechtsdeurwaarders en incasso, maatschappelijke organisaties en hulpverleners. Tegelijkertijd zijn veel van die initiatieven nog versnipperd. Iedereen probeert vanuit zijn eigen rol iets te verbeteren, terwijl de echte winst volgens mij zit in het beter verbinden van die inspanningen en het formuleren van een gedeelde visie.

Daar hoort voor mij ook bij dat we belangen niet onnodig tegenover elkaar zetten. Opdrachtgevers leveren een product of dienst en mogen verwachten dat daarvoor wordt betaald. Tegelijkertijd hebben zij invloed op de manier waarop de klantreis wordt ingericht en op de bescherming die daarin wordt geboden aan consumenten die kwetsbaar zijn of dreigen te worden. Die twee belangen hoeven elkaar niet uit te sluiten.

We moeten daarbij ook kritisch kijken naar de context waarin al die inspanningen plaatsvinden. Daar hoort de overheid voor mij nadrukkelijk bij. We kunnen steeds meer investeren in preventie, vroegsignalering en consumentenbescherming, maar als regels ingewikkeld blijven en financiële verleidingen makkelijk toegankelijk zijn, zetten we de opbrengst van al die goede initiatieven tegelijkertijd weer onder druk.

Voor mij zit de volgende stap daarom niet in nóg een los initiatief, maar in meer samenhang. Een gedeelde visie op hoe we betalingsproblemen voorkomen, kwetsbare consumenten beschermen én ervoor zorgen dat opdrachtgevers op een gezonde manier betaald krijgen voor wat zij leveren.”

Bosveld Gerechtsdeurwaarders en Incasso’s is Platinum Partner van Credit Expo 2026, dat op donderdag 5 november plaatsvindt in Congrescentrum 1931 in ’s-Hertogenbosch. Wil je meer weten over dienstverlening van Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders? Bezoek dan stand 8 of neem deel aan derondetafelsessie “Van individuele schuld naar collectieve schade”. Wilt u hieraan deelnemen, stuur dan een e-mail naar marcel@creditexpo.nl ovv RTS Bosveld Credit Expo 2026 en/of bezoek de presentatie “Van individuele schuld naar collectieve schade” door Michiel Vos” gefaciliteerd door Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders. Klik hier om je aan te melden voor een gratis bezoek (mits je deel uitmaakt van de doelgroep) aan Credit Expo 2026.

Auteur: Marcel Wiedenbrugge

Artikel 18 Wki: vanaf 1 oktober krijgt registratie concrete gevolgen

Vanaf 1 oktober 2026 treedt artikel 18 van de Wet kwaliteit incassodienstverlening in werking. Daarmee krijgt de registratieplicht voor incassodienstverleners een nieuwe betekenis. Niet geregistreerd zijn kan vanaf dat moment directe financiële gevolgen hebben. En ook de Rechtspraak gaat daar nadrukkelijker op toetsen.

Wat verandert er?
De Wki stelt eisen aan de kwaliteit en betrouwbaarheid van buitengerechtelijke incassodienstverlening. Registratie van incassodienstverleners is daar een belangrijk onderdeel van.

Vanaf 1 oktober verbindt artikel 18 daar concrete gevolgen aan. Is een incassodienstverlener niet geregistreerd, of is de registratie geschorst? Dan is een schuldenaar niet verplicht om de vordering aan deze incassodienstverlener te betalen.

Ook zijn de buitengerechtelijke incassokosten voor de werkzaamheden van die partij niet verschuldigd. Daarnaast loopt vanaf het moment van een schriftelijk betalingsverzoek de wettelijke rente niet verder voor rekening van de schuldenaar.

De oorspronkelijke schuld verdwijnt daarmee overigens niet. Artikel 18 heeft vooral gevolgen voor de manier waarop en door wie de buitengerechtelijke incasso wordt uitgevoerd.

Ook de Rechtspraak gaat registratie toetsen
De nieuwe regels hebben ook gevolgen zodra een zaak bij de rechter terechtkomt.

De Rechtspraak heeft in een recent bericht over artikel 18 Wki bekendgemaakt dat vanaf 1 oktober extra informatie in dagvaardingen en verzoekschriften moet worden opgenomen als een incassodienstverlener bij de vordering betrokken is.

Het gaat onder meer om de naam en het registratienummer van de betreffende incassodienstverlener. Waren eerder andere incassodienstverleners bij het dossier betrokken? Dan kan ook informatie over deze partijen nodig zijn. En was een registratie tijdelijk geschorst, dan moet ook dat worden vermeld.

Ontbreekt deze informatie of is deze niet duidelijk genoeg om de registratie te beoordelen? Dan gaat de Rechtspraak er in principe van uit dat sprake is van een niet-geregistreerde incassodienstverlener.

Meer dan een administratieve verplichting
Registratie wordt daarmee vanaf 1 oktober veel meer dan alleen een vinkje in een register.

Voor schuldeisers betekent het dat de keuze voor een incassopartner invloed kan hebben op de incassokosten, rente en uiteindelijk ook op een gerechtelijke procedure.

Voor incassodienstverleners betekent het dat niet alleen de eigen registratie op orde moet zijn. Ook moet duidelijk zijn welke partijen gedurende het incassotraject betrokken zijn geweest.

Komt een zaak uiteindelijk voor de rechter? Dan moet die informatie ook goed en volledig in de processtukken terechtkomen.

De hele keten telt dus mee: van de keuze voor een incassopartner tot de vastlegging in het dossier en uiteindelijk de dagvaarding.

Weten met wie je werkt wordt nog belangrijker
De gedachte achter de Wki is helder: de kwaliteit van incassodienstverlening verhogen en schuldenaren beter beschermen tegen partijen die niet aan de wettelijke eisen voldoen.

Artikel 18 maakt die regels vanaf 1 oktober ook heel concreet.

Voor organisaties die incassowerkzaamheden uitbesteden, is dit daarom een goed moment om naar de eigen processen en partners te kijken. Is duidelijk wie bij een dossier betrokken is? Voldoen deze partijen aan de wettelijke eisen? En is die informatie goed vastgelegd als een buitengerechtelijk traject overgaat in een gerechtelijke procedure.

Ons Legal Team kijkt daar graag in mee. Bijvoorbeeld bij vragen over de gevolgen van artikel 18 Wki, de inrichting van het incassoproces of de informatie die nodig is als een zaak voor de rechter komt.

Zo brengen we samen in kaart waar mogelijke risico’s zitten en wat nodig is om het proces juridisch goed in te richten.

Want vanaf 1 oktober is registratie niet alleen iets voor het register. Het kan direct gevolgen hebben voor het dossier én de procedure.

Herroepingsknop verplicht

Vrouw met een laptop op de bank naast een grote rode knop met de tekst ‘herroepingsknop’

Er komt nieuwe wetgeving aan voor organisaties die online diensten of producten aanbieden aan consumenten. Onderdeel daarvan is een verplichte digitale herroepingsmogelijkheid: de herroepingsknop.

Met deze maatregel wordt het voor consumenten eenvoudiger om gebruik te maken van hun wettelijke herroepingsrecht. De wet is nog niet in werking getreden, maar de impact op je organisatie kan groot zijn. Tijdig voorbereiden is daarom verstandig.

Wat verandert er precies?
Het herroepingsrecht bestaat al langer. Consumenten hebben bij online aankopen of diensten in de meeste gevallen 14 dagen bedenktijd om de overeenkomst zonder reden te ontbinden.

Nieuw is dat je dit proces straks actief en laagdrempelig moet faciliteren via je website of digitale omgeving. De wet verplicht je om een duidelijke en direct toegankelijke mogelijkheid te bieden waarmee een consument de overeenkomst kan herroepen: de herroepingsknop. Het uitgangspunt is simpel: annuleren moet net zo makkelijk zijn als bestellen.

Wanneer gaat dit gelden?
Het wetsvoorstel (36.860), dat voortkomt uit Europese regelgeving (Richtlijn (EU) 2023/2676), is op 7 april 2026 door de Eerste Kamer aangenomen.

De beoogde ingangsdatum is 19 juni 2026, mits de wet op tijd wordt gepubliceerd. Dat betekent dat je nog maar beperkte tijd hebt om je processen en systemen hierop aan te passen.

Voor wie is dit relevant?
Deze verplichting geldt als je:

  • online overeenkomsten sluit met consumenten
  • producten of diensten aanbiedt met een herroepingsrecht
  • gebruikmaakt van digitale bestelprocessen

Kort gezegd: werk je direct met consumenten en sluit je overeenkomsten op afstand (zonder fysiek contactmoment), dan krijg je hiermee te maken.

Waar moet de herroepingsknop aan voldoen?
De wet stelt duidelijke eisen. De herroepingsmogelijkheid moet:

  • goed vindbaar zijn op je website of in je klantomgeving
  • duidelijk herkenbaar zijn als manier om te herroepen
  • direct toegankelijk zijn, zonder onnodige stappen
  • het mogelijk maken om eenvoudig en snel de overeenkomst te ontbinden

Daarnaast moet je de ontvangst van een herroeping direct bevestigen, bijvoorbeeld per e-mail.

Wat betekent dit voor jouw organisatie?
Deze wetswijziging vraagt meer dan alleen “even een knop toevoegen”. Het raakt ook je processen en klantcommunicatie. Denk aan:

  • hoe je herroepingen ontvangt en verwerkt
  • hoe snel je reageert
  • hoe je dit intern organiseert

Als dit niet goed is ingericht, loop je risico op klachten, toezicht door de Autoriteit Consument & Markt (ACM) en mogelijke juridische gevolgen.

Dit is hét moment om in actie te komen
Werk jij direct met consumenten? Dan is dit het moment om te controleren of jouw organisatie straks aan deze verplichting voldoet.

Wacht niet tot de wet in werking treedt, maar:

  • check of het herroepingsrecht op jouw dienstverlening van toepassing is
  • beoordeel je huidige klantreis en website
  • zorg dat je processen en systemen hierop zijn ingericht

Door nu stappen te zetten, voorkom je problemen achteraf en laat je zien dat je transparant en zorgvuldig met je klanten omgaat.

Twijfel je wat dit concreet voor jouw organisatie betekent? Of wil je sparren over de juiste aanpak? We denken graag met je mee.

Wat gebeurt er als schuldeisers en jongeren met schulden écht met elkaar in gesprek gaan?

Publiek luistert naar sprekers tijdens een tafelgesprek over schulden

Geen dossiers, geen systemen, maar mensen en verhalen. Tijdens een tafelgesprek van Stichting ONSbank ging Bosveld in gesprek met jongeren die uit eigen ervaring weten hoe het is om schulden te hebben. Een avond die laat zien dat juist kleine momenten het verschil kunnen maken.

Wat gebeurt er als schuldeisers en jongeren écht met elkaar in gesprek gaan?
Soms begint verandering niet met beleid of systemen, maar gewoon met een gesprek. In maart schoof onze Operations Director, Johan Kramp, namens Bosveld aan bij een tafelgesprek van Stichting ONSbank. Geen dossiers op tafel, geen cijfers of processen, maar mensen. Jongeren die uit eigen ervaring vertelden hoe het is om met schulden te leven. En professionals die luisterden. Juist die eenvoud maakte het gesprek zo waardevol.

“Wat mij vooral trof, was hoe waardevol zo’n gesprek eigenlijk is. Jongeren die vertellen wat er bij hen speelde. Wij die luisteren. En ergens halverwege merk je dat het gesprek verschuift. Het gaat niet meer over regels of systemen, maar over mensen die allemaal hun best doen binnen hun eigen werkelijkheid.”
Johan Kramp

De impact van een verhaal
Het verhaal van Savannah, één van de ervaringsdeskundigen van ONSbank, maakte diepe indruk. Zij vertelde hoe een periode van loonbeslag voor haar voelde: veel stress, weinig perspectief en weinig ruimte om vooruit te kijken. Verhalen zoals deze zijn confronterend. En juist daarom belangrijk om te horen. Ze maken zichtbaar wat cijfers niet laten zien.

Kleine momenten, groot verschil
Wat deze avond vooral liet zien, is hoe klein de momenten kunnen zijn die het verschil maken:

  • een brief die nét anders wordt geschreven
  • een telefoongesprek dat ruimte geeft
  • een gesprek waarin iemand zich gezien voelt

Voor ons misschien kleine keuzes. Voor de ander soms bepalend.

Mensgericht werken begint met begrijpen
Als organisatie werken we binnen kaders, wet- en regelgeving en verantwoordelijkheden. Tegelijkertijd geloven we dat er altijd ruimte is voor menselijkheid. Mensgericht incasseren begint bij begrijpen wat er aan de andere kant speelt.
Niet door harder te praten, maar door beter te luisteren.

Samen stappen vooruit zetten
Als sector hebben we nog stappen te zetten. Dat realiseren we ons goed. Tegelijkertijd laten dit soort gesprekken zien dat verandering vaak begint bij iets kleins.

Hoe we een brief schrijven.
Hoe we een gesprek voeren.
Hoe we iemand benaderen.

Daar maken we elke dag opnieuw keuzes in.

Meer lezen over dit initiatief
Wil je meer lezen over dit tafelgesprek en de inzichten die daar zijn gedeeld? Stichting ONSbank heeft dit artikel gepubliceerd:

https://www.onsbank.nl/blog/tafelgesprek-next-level-brengt-jongeren-en-schuldeisers-samen

Bosveld sluit aan bij het Afsprakenkader Sociaal Incasseren

Lachende man en vrouw in zakelijke kleding naast elkaar in een modern kantoor

Met de ondertekening van het Afsprakenkader Sociaal Incasseren bevestigt Bosveld haar inzet voor een incassobeleid dat aansluit bij de uitgangspunten van sociaal incasseren. Samen met andere deelnemende partijen dragen wij actief bij aan een toekomstbestendig incassolandschap, waarin de menselijke maat en vroegtijdige ondersteuning leidend zijn. De gezamenlijke ambitie is duidelijk: incasseren op een wijze die mensgericht is, effectief blijft en maatschappelijke waarde creëert.

Wat betekent dit voor Bosveld?
José Olde Olthof (CEO):
“Dit is voor ons geen koerswijziging, maar een bevestiging van wie wij zijn en waar wij voor staan. De schuldenproblematiek raakt mensen diep en vraagt om gezamenlijke verantwoordelijkheid en samenwerking in de hele keten. Hoewel dit maatschappelijke vraagstuk verder reikt dan de incassosector alleen, voelen wij de verantwoordelijkheid om daar waar wij verschil kunnen maken, dat ook te doen. Het Afsprakenkader geeft richting en versterkt de beweging die al gaande is: van incasseren naar structurele oplossingen bieden. Dat wij ons hierbij aansluiten, doen we met overtuiging. Het helpt ons én de sector om ambities om te zetten in dagelijks handelen, met blijvende aandacht voor de menselijke maat.”

Waarom is dit zo belangrijk?
Johan Kramp (Operations Director):
“Uiteindelijk gaat het erom dat je mensen niet verder in de problemen brengt, maar hen helpt om weer grip te krijgen en vooruit te komen. Wij zien dagelijks wat de impact is van vroegtijdig en persoonlijk contact. Door proactief passende betaalafspraken mogelijk te maken of mensen tijdig door te verwijzen naar andere instanties, voorkomen we escalatie en onnodige financiële stress. Onderzoek laat zien dat sociaal incasseren jaarlijks honderden miljoenen euro’s aan maatschappelijke waarde oplevert, wat het belang van deze aanpak duidelijk onderstreept. Het vraagt om niet loslaten wanneer het complex wordt, maar juist om begeleiden en perspectief bieden, met blijvende aandacht voor de balans tussen mensgerichtheid en effectiviteit.”

Wat willen we bereiken?
José:
“Met het ondertekenen van het Afsprakenkader blijven wij ons incassobeleid structureel afstemmen op de principes van sociaal incasseren. Wij willen laten zien dat deze aanpak werkt, schaalbaar is en de nieuwe norm kan worden. En met de introductie van het Bosveld Sociaal Kompas verankeren wij deze mensgericht incasseren verder in onze mensen, processen en communicatie. Daarnaast hebben wij de ambitie om over 2026 vrijwillig te rapporteren over onze duurzaamheidsresultaten op basis van een voor de incassobranche aangepaste VSME-standaard. Zo maken we niet alleen intern de balans op, maar laten we ook extern zien hoe wij sociaal incasseren concreet toepassen.”

Johan:
“Dit is geen eindpunt, maar een vertrekpunt. We blijven investeren in data, innovatie en de dialoog. Samen met onze partners zetten we verdere stappen richting een incassosysteem dat menselijker, slimmer en duurzamer is ingericht.”

Het Afsprakenkader Sociaal Incasseren is een gezamenlijk initiatief dat is ontwikkeld onder leiding van SchuldenlabNL, in samenwerking met de Stuurgroep Sociaal Incasseren van de Nationale Coalitie Financiële Gezondheid (NCFG). Het kader is door een brede groep publieke en private organisaties ondertekend om sociaal incasseren,een benadering van incasso waarin vroegtijdig persoonlijk contact, betalingsregelingen op maat, lage kosten en doorverwijzing naar passende ondersteuning centraal staan, tot de nieuwe norm in Nederland te maken.

Voorkomen is beter dan innen: slim debiteurenbeheer in 2026

Collega’s overleggen aan een tafel vol gekleurde post-its tijdens een werksessie

Met de juiste aanpak voorkom je openstaande facturen nog vóór ze ontstaan. Een goed incassotraject begint niet bij een betalingsachterstand, maar bij preventie.

Bedrijven die hun klanten tijdig, duidelijk en vriendelijk informeren, ervaren minder betalingsproblemen én meer tevreden klanten. Slim debiteurenbeheer draait om inzicht en timing. Door data te gebruiken; denk aan betaalgedrag, klantsegmentatie en risicoprofielen kun je proactief communiceren en tijdig bijsturen. Zo wordt debiteurenbeheer een strategisch instrument in plaats van een administratieve last. Bosveld ondersteunt opdrachtgevers steeds vaker met preventieve trajecten: advies over klantcommunicatie, signalering van risico’s en begeleiding van medewerkers. Door preventie centraal te stellen, daalt niet alleen het aantal incassodossiers, maar stijgt ook de klant-en opdrachtgeverstevredenheid.

Voorkomen is beter dan innen, en wie vooruitkijkt, bouwt aan duurzame relaties.

 

Interview José Olde Olthof (CEO)

Portret van José Olde Olthof, algemeen directeur van Bosveld, in een kantoor

Vorig jaar is het IBO (Interdepartementaal beleidsonderzoek) rapport problematische schulden gepubliceerd. In dit zeer gedetailleerde document is een analyse beschreven van de zichtbare knelpunten in de schuldenketen en één samenhangend basispakket aan maatregelen. Door inzet van deze maatregelen is de verwachting dat het aantal inwoners met problematische schulden zal dalen, en daarmee ook de maatschappelijke kosten die hiermee gaan gepaard.

De in het IBO rapport vermelde maatregelen zullen ook vergaande gevolgen hebben voor de rol van de gerechtsdeurwaarder. In dit interview spreek ik met José Olde Olthof, CEO bij Bosveld Incasso en Gerechtsdeurwaarders, over dit IBO rapport en welke impact de voorgestelde maatregelen hebben op de (toekomstige) rol en het verdienmodel van de gerechtsdeurwaarder.

Je hebt een veelzijdige (internationale) carrière gehad, zowel in finance als in (algemeen) management. Wat was voor jou de belangrijkste reden of uitdaging om als CEO van Bosveld Incasso aan de slag te gaan?

José: “Ja, dat is een goede vraag. De afgelopen zes jaar heb ik voornamelijk gewerkt in interim executive functies binnen de wijnwereld, waarbij ik organisaties in transitie heb begeleid. In die sector speelt duurzaamheid van nature een grote rol. Denk hierbij bijvoorbeeld aan klimaatverandering en het verduurzamen van je supply chain. Toch merkte ik dat je, wanneer je niet volledig zelf aan het stuur zit, je vaak moet voegen naar bedrijfsdoelen die niet altijd één-op-één in lijn liggen met je persoonlijke overtuigingen.

Tijdens mijn MBA-studie werd dat inzicht verder versterkt. Ik realiseerde me dat duurzaamheid, ongeacht de sector waarin je opereert, uiteindelijk altijd zijn waarde bewijst. Niet alleen in de traditionele financiële maatstaven, zoals EBITDA, maar juist ook in bredere componenten die minstens zo bepalend zijn voor toekomstig succes. Denk bijvoorbeeld aan reputatie en merkwaarde, de tevredenheid en loyaliteit van klanten, betrokken en gemotiveerde medewerkers en de kwaliteit van samenwerkingen in de keten.

De reden dat ik het avontuur bij Bosveld ben aangegaan, heeft eigenlijk twee kanten. Enerzijds werd ik besmet door het enthousiasme en ondernemersgeest van aandeelhouder Ben van Zanten en zijn intrinsieke motivatie om Bosveld verder te laten groeien. Ik ben dankbaar dat ik in dat vertrouwen het stuur van hem heb mogen overnemen. Anderzijds verdiepte ik mij in de toekomst van de deurwaarders- en incassobranche. Na het lezen van het rapport ‘Schulden klein houden en perspectief bieden’ (Jungmann & Moerman, 2023) wist ik zeker dat het landschap, en daarmee het speelveld, te zijner tijd ingrijpend zou veranderen en dat ook hier duurzaamheid, of specifieker: het aanbieden van een duurzame oplossing voor mensen met schulden, centraal zou komen te staan. Mijn ervaring is dat verandering altijd weer mooie nieuwe perspectieven biedt en dit keer zit ik zelf aan het stuur om daar richting aan te (mogen) geven.”

Wat zijn tot nu toe jouw ervaringen, ook met de incassosector in het algemeen?  

José: ”Die zijn uitermate divers. Ik heb inmiddels met veel interessante personen uit de branche gesproken en ik ben positief verrast over de vriendelijkheid en openheid waarmee ik werd ontvangen. Tegelijk zie ik ook duidelijke verschillen: grotere kantoren hebben vaak een meer uitgesproken strategie en middelen om te investeren in innovatie en digitalisering, terwijl kleinere kantoren juist eerder wendbaarder zijn en dichter bij hun klanten staan. Dat contrast maakt de branche veelzijdig en zorgt ervoor dat er ruimte is voor iedereen. Het valt mij echter ook op dat de ontwikkeling binnen de sector vaak traag verloopt. Besluitvorming kost veel tijd en de daadkracht om fundamentele veranderingen door te voeren komt niet altijd goed uit de verf, mede doordat de zakelijke benadering vaak ontbreekt. Tegelijkertijd is de maatschappelijke urgentie groot en die vraagt om beweging. Juist in dat spanningsveld ligt ook een kans, ik geloof er heilig in dat door meer verbinding en samenwerking in de keten we veel sneller stappen vooruit kunnen zetten. “

In 2024 is het IBO rapport problematische schulden gepubliceerd. Daarin staan ook tal van maatregelen en/of richtlijnen voor gerechtsdeurwaarders vermeld. Kun je in het kort uitleggen wat dit rapport betekent voor de incassosector en deurwaarderij in het algemeen en voor Bosveld Incasso in het bijzonder?

José: “Het IBO-rapport markeert wat mij betreft een kantelpunt voor de incassosector en de deurwaarderij. Het rapport laat haarscherp zien dat het oude model, waarin vooral werd gestuurd op escalatie in plaats van de-escalatie, zijn houdbaarheidsdatum heeft bereikt. Het rapport benadrukt het belang van vroegsignalering, lagere kosten voor mensen met schulden en betere samenwerking tussen ketenpartners. Dat vraagt om een veel meer maatschappelijk verantwoorde invulling van de rol van de gerechtsdeurwaarder. Maar tegelijkertijd vind ik het van groot belang dat de positie en legitimiteit van de gerechtsdeurwaarder stevig verankerd blijven. Als onafhankelijke en onpartijdige schakel binnen ons rechtsbestel vervult de deurwaarder een unieke rol. In de toekomst zal die rol ongetwijfeld veranderen en zich verbreden, met meer nadruk op preventie en samenwerking, maar de kern blijft even essentieel: het waarborgen van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid.

Voor de sector betekent dit dat we niet alleen onze werkwijze moeten aanpassen, maar ook ons verdienmodel. De traditionele prikkel om pas te verdienen als kosten oplopen, werkt contraproductief in een systeem dat juist schulden klein wil houden. Er zal dus meer nadruk (moeten) komen op het voorkomen van schulden en een mensgerichte benadering in het minnelijke traject en minder nadruk op het ‘klassieke’ incasseren, waarbij de gang naar de rechter sneller wordt gemaakt.

Voor Bosveld Incasso sluit dit rapport eigenlijk naadloos aan bij de koers die we al ingezet hadden. Wij geloven dat je alleen toekomstbestendig bent als je focus houdt op mens en maatschappij en verbinding zoekt met alle partijen in de keten. Het rapport bevestigt en versterkt ons in die visie en geeft ons extra energie om te laten zien dat je als deurwaarder niet alleen handhaaft, maar ook een wezenlijke bijdrage kan leveren aan het voorkomen en oplossen van problematische schulden. Maar tegelijkertijd moeten we ook reëel zijn: schulden zijn van alle tijden. Er zullen altijd situaties zijn waarin mensen niet kunnen betalen, maar ook gevallen waarin men eenvoudigweg niet wíl betalen. Een model dat volledig gericht is op het verlichten van schulden mag nooit uitlokken tot misbruik. Daarom geloof ik dat de komende jaren een verschuiving naar de voorkant van het proces onvermijdelijk is. Tegelijkertijd moet het gerechtelijke traject een stevig fundament moet blijven. Juist die balans is cruciaal om zowel recht te doen aan de positie van de schuldenaar en de schuldeiser.”

De gerechtsdeurwaarder neemt als uitvoerder van gerechtelijke vonnissen een belangrijke rol in ons rechtsbestel. Tegelijk is een duidelijke trend waarneembaar dat marktpartijen trachten te voorkomen dat niet-betalende klanten in het juridisch traject belanden, ook om zo hoge bijkomende kosten voor de klantdebiteur te vermijden. Wat is jouw eigen ervaring rondom dit onderwerp in gesprekken met klanten/opdrachtgevers en hoe vertaalt zich dat naar jullie werkzaamheden en het verdienmodel?

José: “Wij merken dat dit inderdaad steeds meer in opkomst is, maar het is zeker nog niet overal de norm. Bij grotere organisaties met duidelijke ESG-doelstellingen zien we dat er bewust wordt gestuurd op het voorkomen dat klanten in het juridische traject terechtkomen. Daar past een bredere verantwoordelijkheid bij, waarin men oog heeft voor zowel de financiële als de maatschappelijke impact van incasso. Dat heeft onmiskenbaar impact op ons verdienmodel.

Wat wij interessant vinden, is dat er steeds meer ruimte ontstaat voor alternatieve en creatievere manieren van incasseren. Denk aan interventies die eerder in het proces plaatsvinden of aan oplossingen waarin gedragsbeïnvloeding en gespreksvoering een grotere rol spelen Wij zien deze ontwikkeling vooral als een kans, want door mee te bewegen met de veranderende vraag kunnen we uiteindelijk onze positie versterken.”

Sociaal incasseren heeft in de afgelopen jaren fors aan terrein gewonnen en lijkt in de markt zowel door leveranciers als incassodienstverleners steeds meer te worden toegepast. Wat versta je zelf onder sociaal incasseren en hoe kijk je tegen deze ontwikkeling aan? Hoe wordt er in de dagelijkse werkzaamheden bij Bosveld invulling aan gegeven aan sociaal incasseren?

José: “Ik heb mij hier de afgelopen tijd goed in verdiept en ik zie dat wij als branche vaak geneigd zijn om bestaande diensten in een nieuw, zogenaamd groen jasje te steken om aan te sluiten bij de actualiteit. Maar sociaal incasseren gaat in mijn ogen veel verder dan cosmetische aanpassingen. Het vraagt om een houding die diep in het DNA van je organisatie verankerd zit. Voor mij betekent dat in de kern dat ieder mens met respect wordt benaderd. Pas wanneer dat principe écht onderdeel is van de cultuur, kun je sociaal incasseren geloofwaardig en effectief in praktijk brengen.

Om dat tastbaar te maken hebben wij het interne programma ‘Bosveld Sociaal Kompas’ gelanceerd. Daarmee willen we mensgericht incasseren blijvend verankeren in zowel onze mensen als onze processen. Ons doel is om in 2026, via een voor de incassobranche aangepaste VSME-standaard, vrijwillig te rapporteren over onze duurzaamheidsresultaten. Zo maken we niet alleen intern de balans op, maar laten we ook extern zien hoe wij sociaal incasseren concreet toepassen.

Wat ik zie, is dat wij het incassoproces vaak nodeloos complex of bijzonder presenteren, terwijl het in de kern neerkomt op enkele essentiële keuzes en we in de basis allemaal hetzelfde proces volgen. Het echte verschil zit in de toon en de benadering: laat je iemand verder wegzakken of help je hem of haar juist om weer grip te krijgen? En eigenlijk is er al heel veel kennis, ervaring en regelgeving beschikbaar om schulden kleiner te houden en mensen perspectief te bieden. Het IBO-rapport brengt dit goed samen en biedt overkoepelende maatregelen om dit in een samenhangend pakket aan maatregelen uiteindelijk ook te borgen in de uitvoering. Of dit ook daadwerkelijk haalbaar is zal nog moeten blijken. Voorlopig stelt het kabinet keuzes in het schuldenbeleid wederom uit. In mijn beleving is de uitdaging nu niet zozeer het bedenken van nóg meer nieuwe instrumenten, maar het daadwerkelijk toepassen en verankeren van wat er al ligt, zodat de praktijk echt verandert.”

Jullie nemen dit jaar als Platinum partner deel aan Credit Expo. Wat was voor jullie een reden om als partner deel te nemen? Kun je alvast een tipje van de sluier oplichten wat bezoekers dit jaar kunnen verwachten?

José: “Voor Bosveld is dit de eerste keer dat we ons op Credit Expo zo nadrukkelijk presenteren. Voor ons is het een inspirerende plek om de branche weer te ontmoeten, kennis te delen en onszelf te laten zien. Juist in een tijd waarin er veel in beweging is vinden we het belangrijk om het gesprek hierover aan te gaan.

Wij zien dat er in de politiek steeds vaker naar onze branche wordt gewezen, alsof wij de sleutel in handen hebben om de schuldenproblematiek op te lossen. Natuurlijk kunnen en moeten wij bijdragen, dat is onze verantwoordelijkheid. Maar het voelt ook enigszins onevenredig om de nadruk zo sterk op onze sector te leggen, terwijl de oorzaken van schulden vaak dieper in ons systeem zitten. Denk bijvoorbeeld aan kansenongelijkheid in het onderwijs of op de woningmarkt. En zolang er op beleidsniveau geen fundamentele keuzes worden gemaakt om deze ongelijkheid en bestaansonzekerheid aan te pakken, voelt het alsof wij pleisters aan het plakken zijn op een veel grotere wond.

Bron: Credit Expo, auteur: Marcel Wiedenbrugge

 

 

 

De kracht van feedback: wat opdrachtgevers en klanten ons leren

Twee collega’s in gesprek aan een tafel, met planten op de achtergrond

 

Luisteren naar klanten is de snelste weg naar verbetering.

Elke klantreactie is een kans om te leren. Daarom voert Bosveld regelmatig Opdrachtgevers- en Klanttevredenheidsonderzoeken uit. Niet om cijfers te verzamelen, maar om inzichten op te doen die onze dienstverlening verder verbeteren.

Opdrachtgevers en klanten waarderen onze betrokkenheid, snelheid en transparantie maar geven ook eerlijke feedback over waar het beter kan. Dat vinden we waardevol. Want groei ontstaat niet uit perfectie, maar uit luisteren en aanpassen.

Feedback zien we als brandstof voor ontwikkeling. Het helpt ons om processen te verfijnen, communicatie te verbeteren en verwachtingen te overtreffen. Zo bouwen we stap voor stap aan langdurige relaties gebaseerd op vertrouwen en wederzijds respect.

Luisteren maakt beter, en bij Bosveld nemen we dat letterlijk.

Sociaal incasseren: waarom zachtheid leidt tot sterker resultaat

Collega’s tijdens een brainstorm in een vergaderruimte met post-its op tafel
Een vriendelijke toon, gehoord worden en een begripvolle aanpak vergroten de kans op betaling.

Sociaal incasseren klinkt voor sommigen als een te zachte aanpak, maar de cijfers vertellen een ander verhaal. Klanten die met respect en begrip worden benaderd, lossen hun schulden sneller én structureler af.

Bij Bosveld werken we volgens ons Sociaal Kompas: een richtlijn voor mensgerichte incasso. Dat betekent luisteren, begrijpen en maatwerk bieden zonder de zakelijke kant te verliezen. Onze medewerkers krijgen training in communicatie, gedragspsychologie en stressherkenning, zodat elk gesprek bijdraagt aan een duurzame oplossing.

Deze aanpak vermindert escalatie, voorkomt juridische stappen en versterkt de reputatie van onze opdrachtgevers. Want mensen onthouden niet alleen wat je doet, maar vooral hoe je het doet.

In een tijd waarin vertrouwen schaars is, blijkt menselijkheid de sterkste vorm van rendement.

 

De toekomst van incasso is menselijker dan ooit

Man geeft een presentatie aan collega’s in een moderne kantoorruimte
Automatisering neemt toe, maar de menselijke benadering maakt het verschil.


De incassowereld verandert razendsnel. Waar vroeger de nadruk lag op procedures en druk, draait het vandaag om begrip, maatwerk en vertrouwen. Digitalisering helpt processen versnellen, maar juist de menselijke maat bepaalt het resultaat.

Bij Bosveld zien we dagelijks dat empathie loont. Wanneer je mensen benadert met respect, luisterbereidheid en duidelijke uitleg, ontstaat ruimte voor samenwerking. Dat leidt niet alleen tot betere betaalafspraken, maar ook tot herstel van vertrouwen tussen opdrachtgever en klant.

De toekomst van incasso ligt in de combinatie van technologie en menselijkheid. Automatische herinneringen, betaalapps en data-analyse maken het werk efficiënter — maar zonder een goed gesprek blijft er afstand. Daarom trainen we onze medewerkers in sociale vaardigheden, gesprekstechnieken en gedragspsychologie.

Want uiteindelijk gaat incasseren niet om geld innen, maar om mensen helpen hun verplichtingen na te komen. Dat is winst voor iedereen.