Bankbeslag

Bij een bankbeslag wordt door een gerechtsdeurwaarder namens een schuldeiser beslag gelegd op alle tegoeden die op dat moment aanwezig zijn bij de bank waar debiteur bankiert.

Beslag op onroerende zaken

Het beslag op onroerende zaken is een zogenaamd bureaubeslag. De deurwaarder legt dit beslag op zijn kantoor en laat een beslag daarna inschrijven bij het kadaster. Het beslag word binnen 3 dagen na inschrijving bij het kadaster, op straffe van nietigheid van het beslag, betekend aan de beslagene. Tevens wordt de hypotheekhouder nadat er beslag is gelegd ingelicht (binnen 4 dagen na de inschrijving, niet op straffe van nietigheid). De hypotheekhouder krijgt vervolgens een bepaalde termijn (wettelijk 14 dagen) waarin deze de executie kan overnemen. Wanneer het daadwerkelijk tot executie komt, zullen eerst de kosten van de gerechtsdeurwaarder en de notaris worden betaald; dan zal de hypotheekhouder betaald worden, en als er dan nog iets overblijft, zal dat ten behoeve komen van de schuldeiser.

Beslag op roerende zaken

Een beslag op roerende zaken omvat een beslag op alle roerende zaken die eigendom zijn van de geëxecuteerde of gedaagde. Sommige roerende zaken zijn uitgesloten van beslag. Beslagvrije voet (BVV) Niet het hele loon of uitkering is vatbaar voor beslag. Er geldt steeds een wettelijk vastgesteld vrij te laten bedrag. Dit bedrag komt de debiteur toe om in zijn levensonderhoud te voorzien.

Bewindvoerder

Een door de rechtbank aangewezen persoon die verslag uitbrengt aan de rechtbank en contacten onderhoudt met de schuldeisers. Hij ziet er eveneens op toe dat de schuldenaar zich voldoende inspant om zijn schulden af te lossen. Hiernaast heeft de bewindvoerder de bevoegdheid om sommige bezittingen van de schuldenaar te verkopen. Eveneens heeft hij inzage in de post van de schuldenaar. Alle bewindvoerders moeten een opleiding wsnp-bewindvoerder doorlopen, tevens dient hij geregistreerd te staan in een register van bewindvoerders.

Conservatoir beslag

Als er nog een proces gaande is, of tijdens een proces, zolang er nog geen uitspraak van de rechter is, kan de eisende partij met een verzoekschrift aan de rechter vragen beslag te mogen laten leggen op vermogensbestanddelen van de debiteur, op voorwerpen of gelden van de gedaagde partij.

Curator

Een curator is iemand die door de rechter is aangewezen om het beheer te voeren over de bezitting van een andere persoon of van een rechtspersoon.

Dagvaarding

Een dagvaarding is een officiële, schriftelijke oproep om voor de gerecht te verschijnen.

Debiteur

Een schuldenaar.

Derdenbeslag

Bij het derdenbeslag wordt er beslag gelegd onder een schuldenaar van de geëxecuteerde of gedaagde. Dit kan bijvoorbeeld een bank van de geëxecuteerde zijn.

Dwangbevel

Een dwangbevel is een namens de overheid uitgevaardigd schriftelijk bevel, gericht aan een persoon of rechtspersoon. Door dit 'bevel' verkrijgt het betreffende overheidsorgaan de mogelijkheid om een geldsom bij de betrokken persoon te incasseren.

Eiser

In het algemeen is dit de instantie/persoon waar de originele vordering is ontstaan.

Executiefase

Wanneer een wederpartij niet aan het vonnis voldoet, kan de eiser dit vonnis ten uitvoer laten leggen door een gerechtsdeurwaarder. Deze fase wordt de executiefase genoemd.

Executoriaal beslag

Wanneer de rechter een vonnis verwijst, zal de gerechtsdeurwaarder het vonnis betekenen en in naam der koning bevel doen om binnen een bepaalde termijn (meestal 2 dagen) aan de inhoud van het vonnis te voldoen. Wanneer de veroordeelde daaraan niet voldoet, kan de eiser een gerechtsdeurwaarder inschakelen om over te gaan tot beslag.

Exploot

Het exploot, of exploit, is de door een gerechtsdeurwaarder opgemaakte akte waarin deze verslag doet van het betekenen, ofwel het officieel overhandigen van een gerechtelijk stuk zoals een dagvaarding of een vonnis. Het exploot dient als bewijsstuk dat iemand dat gerechtelijk stuk daadwerkelijk ontvangen heeft, waardoor weerlegd kan worden dat de ontvanger er onbekend mee zou zijn. Omdat bij het betekenen ook een kopie van het exploot moet worden overgereikt, is een exploot meestal vooraf uitgewerkt, met uitzondering van de details van het betekenen.

Faillissement

Een faillissement is een in de wet geregelde procedure voor een persoon of onderneming die niet (meer) in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Het faillissement wordt uitgesproken door een gerechtelijke instantie. Door de faillissementsuitspraak gaat de beschikking en het beheer over het vermogen van de schuldenaar over naar een door de rechtbank aangestelde curator. Het faillissement kan worden beschouwd als een vorm van beslag op het gehele vermogen van de failliete persoon of onderneming, waarna de opbrengst wordt verdeeld onder de schuldeisers.

Finale kwijting

Een voorstel (meestal van een schuldhulpverlenende instantie) waarbij een bepaald percentage van de vordering wordt voldaan en de restantvordering wordt kwijtgescholden.

Gerechtsdeurwaarder

Een gerechtsdeurwaarder is een openbaar ambtenaar en zelfstandig ondernemer die onder andere mensen oproept voor de rechtbank en gerechtelijke vonnissen ten uitvoer brengt. Als openbaar ambtenaar voert de gerechtsdeurwaarder taken uit die bij wet aan hem toegewezen zijn.

Gerekwireerde

Debiteur

Kantonrechter

Een rechter die werkzaam is bij de Sector Kanton van een Rechtbank. Deze rechters houden zich bezig met geschillen over huurzaken, kleine geldvorderingen (tot en met € 5.000), arbeidsrechtelijke zaken en een aantal familierechtelijke aangelegenheden.

Loonbeslag

Bij loonbeslag wordt door een gerechtsdeurwaarder namens een schuldeiser beslag gelegd op het salaris van de debiteur of diens uitkering.

Minnelijke fase

Het incasseren van vorderingen voordat een titel is verkregen. Minnelijke incassowerkzaamheden zijn alle werkzaamheden die zonder tussenkomst van een rechter plaatsvinden, zoals het versturen van aanmaningen, het opstellen van betalingsregelingen en het telefonisch aanmanen van debiteuren.

Opdrachtgever

Van deze persoon of dit bedrijf krijgt het gerechtsdeurwaarderskantoor de opdracht om een zaak in behandeling te nemen.

Overbetekening

Als een gerechtsdeurwaarder beslag legt, dient de debiteur hier middels een officieel stuk van op de hoogte te worden gesteld. Dit officiële stuk heet een over betekening.

Preferent beslag

Een aantal instanties (o.a. Belastingdienst en Gemeentelijke Sociale Dienst) hebben op het moment van beslaglegging voorrang op de gerechtsdeurwaarder. Dit houdt in dat de vordering van zo'n instantie eerst afbetaald wordt voordat de gerechtsdeurwaarder geld uit het beslag verkrijgt.

Proces-verbaal

Een proces-verbaal is de akte waarmee een overheidsambtenaar verslag uitbrengt over wat hij in de uitoefening van zijn functies heeft verricht. Het vermeldt dus de handeling die hij stelde, maar ook de schriftelijke weergave van de gesprekken of verklaringen in zijn aanwezigheid. Bedoeld wordt dus een ware getuigenis met eveneens de opgave van de omstandigheden waarin de gerapporteerde feiten zich voordeden.

Rechtbank

Een rechtbank is een officiële instantie die beslist over kwesties waar burgers onenigheid hebben over waar ze recht op hebben.

Rekwirant

Eiser.

Schuldhulpverlening

Instanties die mensen helpen met het in kaart brengen en aflossen van hun schulden.

Titel

Dwangbevel of vonnis.

Verhaalsmogelijkheden

Alle mogelijkheden die een gerechtsdeurwaarder heeft om een vordering te incasseren.

Vertrokken onbekend waarheen (VOW)

Debiteur heeft zich niet ingeschreven bij de Gemeentelijke Basisadministratie van de plaats waar hij verblijft. Betrokkene is officieel ''kwijt''

Verzet

Wanneer iemand het niet eens is met een veroordeling bij verstrek, een dwangbevel of rechtsmaatregel uitgevoerd door een gerechtsdeurwaarder kan men in verzet komen. Heel eenvoudig gezegd, is dit een procedure om kenbaar te maken dat je het niet eens bent met een beslissing.

Vonnis

Een vonnis is een beslissing van een rechter.

Vordering

Hetgeen dat geëist wordt.

Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP)

De Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen of WSNP is een in 1998 opgesteld Nederlandse wet, die burgers een extra mogelijkheid biedt op een schuldenvrije toekomst. De schuldsaneringsregeling is bedoeld voor degene die buiten hun schuld (''te goeder trouw'') in een problematische schuldsituatie terecht zijn gekomen. De regeling duurt in beginsel drie jaar. Indien de rechtbank na verloop van die drie jaar oordeelt dat de schuldenaar zich aan zijn uit de regeling voortvloeiende verplichtingen heeft gehouden, wordt hem de zogenaamde schone lei gegeven. De schone lei betekent dat de schulden die bestonden op het moment dat de schuldsaneringsregeling is uitgesproken niet langer afdwingbaar zijn. Wordt de schone lei niet gegeven, dan blijven de schulden bestaan.