Direct contact: 033 47 00 000

NVI verzoekt deurwaarders om interne regelgeving aan te scherpen

31 mrt 2011

Geachte mevrouw Van Noordenne, geachte mevrouw Creemers,

Vooruitlopend op ons reeds geplande overleg ontvingen wij van u een open brief. Een open brief is een brief die weliswaar gericht is aan een persoon of organisatie, maar die bedoeld is voor een groot publiek. Dat blijkt ook uit het feit dat uw open brief verzonden is aan een groot aantal geadresseerden.

Daarmee ontstaat de vraag waarom u de punten die u in uw brief aan de orde stelt niet gewoon tijdens ons komend overleg aan de orde had kunnen stellen. En meer: wat het belang is van de door u benaderde stakeholders bij de inhoud van deze brief. Mogelijk heeft u hier niet goed over nagedacht, of was uw intentie een andere dan het verkrijgen van een antwoord op een viertal kennelijk prangende vragen.
Hoe dit verder ook zij, wij doen hieronder kort een poging deze vragen te beantwoorden.

1. Waarom staat de KBvG toe dat deurwaarders die de KBvG-regels overtreden hun bedrijfsvoering ongestoord mogen voortzetten en hun beroepsuitoefening niet hoeven te staken?
Noch in het rapport van het BFT, noch in het daarop gebaseerde artikel in Het Financieel Dagblad wordt gesproken over het overtreden van KBvG-regels door leden. Uw vraag insinueert dus zaken die in het geheel niet aan de orde zijn. Als er sprake is van een overtreding van regels, dan kunt u erop vertrouwen dat de KBvG adequate maatregelen neemt.

2. Is de KBvG bereid om deurwaarders te dwingen om transparant te zijn over hun (zwakke) financiële positie, zodat de markt beter in staat is om de juiste deurwaarder te selecteren?
Het rapport van het BFT spreekt over een toegenomen risico in de voorfinanciering. Een toegenomen risico in voorfinanciering van kantoren is wat anders dan financiële
problemen van kantoren. Het is waar dat er mede door de financiële crisis en de marktvraag een groter ondernemingsrisico is, maar dit geldt voor veel bedrijven en organisaties. Dit is niet anders voor uw achterban, de incassobedrijven. Het aantal gerechtsdeurwaarderskantoren dat onder verscherpt toezicht is gesteld is stabiel gebleven, dus het door uw voorgestelde dwangmiddel voor de gehele branche lijkt bepaald disproportioneel.

3. Waarom verbiedt de KBvG ongewenste praktijken ten aanzien van voorfinanciering en no cure no pay contracten niet?
U stelt in uw brief bezorgd te zijn om de no-cure-no-pay afspraken die de financiële positie van gerechtsdeurwaarders onder druk zetten. Als grootste opdrachtgevers (volgens uw opgave) zijn de NVI-leden dus in belangrijke mate verantwoordelijk voor afspraken die een verhoogd risico inhouden voor gerechtsdeurwaarders. Als u dus begaan bent met de problematiek zou het wellicht een idee zijn uw leden te verplichten meer eigen risico te dragen, en dit niet af te wentelen op de gerechtsdeurwaarders. Dit zou een onmiddellijke daling van het voorfinancieringrisico inhouden. Wij realiseren ons echter dat u uw leden tot weinig kunt verplichten.

4. Is de KBvG bereid om een interne regel uit te vaardigen waarbij derdengelden volledig door liquide middelen moeten worden gedekt (net als bij advocaten, notarissen en NVI-incassobureau’s)?
Het huidige probleem van voorfinanciering is vooral een probleem van ongelijke concurrentie. Gerechtsdeurwaarders moeten concurreren in een markt waar zij gebonden zijn aan strenge regels, terwijl de overige spelers op die markt volkomen vrij zijn in hun doen en laten. De eis dat hetgeen de opdrachtgever toekomt liquide op de kwaliteitsrekening aanwezig moet zijn is nu al in de wet verankerd, evenals de waarborg dat bij insolventie deze gelden toekomen aan de rechthebbenden. Zeker nu dergelijke waarborgen in de incassobranche ontbreken ligt de oplossing meer in een veel grotere mate van toezicht op de incassobranche, iets dat de NVI vandaag nota bene ook zelf bepleit in het FD.
In de hoop uw vragen afdoende te hebben beantwoord en uitziend naar ons overleg,

Met vriendelijke groet,
Mr. J.M. Wisseborn
Voorzitter KBvG