Direct contact: 033 47 00 000

Deurwaarders blij met duidelijkheid over incassokosten

29 mrt 2012

De Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarders KBvG is positief over de nieuwe wettelijke regeling die de doorberekening van buitengerechtelijke incassokosten aan schuldenaren aan banden legt. Volgens de KBvG is er daarmee duidelijkheid geschapen die een einde zal maken aan de onterechte en hoge incassokosten die incassobureaus in rekening brengen.

Het recent door de Eerste Kamer aanvaarde wetsvoorstel treedt op 1 juli 2012 in werking en heeft tot doel om met name consumenten beter te beschermen tegen te hoge incassokosten. De nieuwe wet brengt een beperking van de wegingvrijheid voor de rechter mee. Omdat de huidige wetgeving op dit onderwerp summier is gaan verschillende rechters, soms zelfs binnen dezelfde rechtbank, verschillend om met het al dan niet toewijzen van incassokosten. Met de nieuwe regeling komt er meer duidelijkheid voor de schuldeiser en schuldenaar.

Ook maakt de nieuwe wet een einde aan de bestaande ongelijkheid bij het in rekening brengen van incassokosten door een deel van de incassobureaus (waaronder ook leden van de Nederlandse Vereniging van Incassobureaus NVI). Deze rekenen nu 25 euro ‘administratiekosten’ bovenop de officiële staffel van Rapport Voorwerk 2. Vanaf de zomer kan dit dus niet langer.

De nieuwe regeling geldt voor iedereen die incassowerkzaamheden verricht, ook voor de deurwaarderskantoren zelf. Volgens KBvG-bestuurder Michel van Leeuwen komt het evenwel slechts hoogst zelden voor dat een deurwaarder te hoge kosten in rekening brengt omdat deze gebonden is aan strenge kwaliteitsnormeringen die tuchtrechtelijk worden bewaakt. "Anders dan de incassobureaus zijn wij altijd en overal gebonden aan wet- en regelgeving, ook in het eerste stadium van minnelijke incasso", aldus Van Leeuwen. "Er is daardoor weliswaar sprake van een ongelijk speelveld, maar dat nemen we voor lief. Kwaliteit gaat bij ons boven kwantiteit."

Vercommercialisering van de incassocultuur
Volgens de NVI hebben de deurwaarders weinig belang bij het minnelijk traject en sluizen zij incasso’s zo snel mogelijk door naar het dure gerechtelijke traject. Van Leeuwen noemt dit klinkklare onzin: "Als het kan via het minnelijke incassotraject zal de gerechtsdeurwaarder dat altijd doen. Niemand, ook gerechtsdeurwaarders en schuldeisers niet, is gebaat bij hoge kosten voor het voeren van een procedure wanneer een vordering ook minnelijk en zonder veel kosten kan worden geïncasseerd. Waarom zou een deurwaarder een schuldeiser opzadelen met hoge griffierechten?"

Wel is de KBvG-bestuurder bezorgd over wat hij noemt de vercommercialisering van de incasso. "Doordat opdrachtgevers steeds vaker incasso uitbesteden wordt de markt van minnelijke incasso groter en commerciëler. Bij sommige bedrijfstakken worden vorderingen van debiteuren al in een heel vroeg stadium uit handen gegeven. Je ziet dan ook dat schuldenaren soms nauwelijks gelegenheid krijgen om te betalen, maar vrijwel direct al met een incassobureau worden geconfronteerd’’, aldus Van Leeuwen. "Het is daarom goed dat de nieuwe wet opdrachtgevers ertoe dwingt tenminste één aanmaning te versturen."

Een ander voorbeeld van de toenemende vercommercialisering van het incasseren van vorderingen is volgens Van Leeuwen de wetgeving met betrekking tot de gevolgen voor de duurvorderingen (gas, licht, water, verzekeringen, huur). De KBvG-bestuurder: "De wet geeft de mogelijkheid voor iedere opengevallen termijn afzonderlijk een incassotraject te starten en afzonderlijk kosten in rekening te brengen. We constateren dat sommige schuldeisers hun incassotraject hierop aan het inrichten zijn. Ondanks protest vanuit onder andere de Landelijke Organisatie Sociaal Raadslieden en de KBvG heeft de minister toch voor deze systematiek besloten. Wat ons betreft is dit is in rechtstreekse tegenspraak met het doel van deze nieuwe wet, namelijk het beschermen van consumenten tegen hoge incassokosten."

B2B-vorderingen
De nieuwe wet geldt voor vorderingen op consumenten. De KBvG hoopt dat er een vergelijkbare wettelijke regeling komt voor de B2B-vorderingen. Volgens de beroepsorganisatie is er op dit gebied zoveel verschillende regelgeving – deels van Europese herkomst – dat ook hier grote behoefte is aan meer eenduidigheid.

Bron: KBvG